Anesthesie

Veel meer dan narcose

Anesthesie houdt onder meer kunstmatige slaap en pijnbestrijding in. Het is een essentieel onderdeel van het comfort dat aan de patiënt gegeven wordt.

De meeste mensen maken zich grote zorgen om hun dier onder anesthesie te laten brengen. Om deze bezorgdheid uit de wereld te helpen gaan we de anesthesie stap voor stap bespreken en illustreren.

Hoewel de anesthesie een onnatuurlijke vorm van slaap is, zijn de geneesmiddelen hiervoor zeer veilig.

Het pre-anesthetisch onderzoek

We beginnen steeds met het inbrengen van een katheter. Dit is een flexiebel plastik buisje, dat via een naaldje in de ader van een voorpoot wordt ingebracht.

De inleiding van de anesthesie

Het dier wordt voor elke anesthesie grondig onderzocht: we luisteren naar hart en longen, we kijken naar de kleur van de slijmvliezen (tandvlees en oogleden), en nemen de pols en temperatuur. Soms kan een bloed- en urine onderzoek meer informatie over de gezondheidstoestand weergeven. Bij hartpatiënten raden we een bezoek aan de hartspecialist aan, die indien aangewezen, eerst hartmedicatie zal toedienen.

Hiervoor scheren we een beetje vacht weg, om de huid beter te kunnen ontsmetten:

Na het verwijderen van de naald blijft het flexibele buisje van de katheter in de ader zitten:

De dieren voelen dit niet zitten, alleen de kleefband om de katheter op zijn plaats te houden. Via de katheter kunnen geneesmiddelen en vocht worden toegediend.

Het eerste middel dat via de katheter wordt toegediend is het kalmeerspuitje: dit zal het dier niet alleen kalmeren maar tevens de angst wegnemen, de spieren ontspannen en werkt, al naargelang het middel, ook pijnstillend.

Het dier slaapt nog niet:

Dit kalmeermiddel is niet alleen belangrijk voor het comfort van het dier, maar zorgt er tevens voor dat er veel minder van de andere geneesmiddelen moet worden toegediend, waardoor de hele anesthesie al veiliger wordt.

Wanneer het dier rustig is, wordt het slaapmiddel toegediend, ook via de katheter:

Hierdoor valt het dier, op een gecontroleerde en zachte wijze, in een diepe slaap. Dit ontspant de keelspieren en de dieren slikken niet meer. Het slaapmiddel werkt maar zeer kort. Van zodra het kan, wordt een ademtube ingebracht: deze zorgt ervoor dat de luchtweg steeds mooi openblijft en dat er geen speeksel of maaginhoud in de longen kan terechtkomen. De ademtube houdt de tong opzij.

Het onderhoud van de anesthesie

De eigenlijke anesthesie bestaat erin om de dieren op een gecontroleerde manier in slaap te houden: van zodra de ademtube is ingebracht wordt er een mengsel van gas toegediend. Zuurstof vormt het overgrote deel uit van het gas en het ander deel is een anesthesie gas. Op deze manier kunnen de dieren veilig voor zolang we willen in slaap worden gehouden. Wanneer het anesthesie gas wordt afgezet, krijgt het dier nog enkel zuivere zuurstof en zal ontwaken.

Het gas wordt toegediend via een anesthesietoestel. Onze toestellen kunnen de dieren ook kunstmatig beademen. Sommige dieren ademen wat minder diep, en dan neemt het toestel de ademfunctie gewoon over.

Een ander belangrijk aspect van een goede anesthesie is de pijnbestrijding. In tegenstelling tot wat de meeste mensen denken, voelen we tijdens de slaap wel degelijk pijn. Wanneer mensen of dieren tijdens de slaap een pijnprikkel krijgen, ontwaken ze. Pijnbestrijding is van het grootste belang in deze instelling. Daarom proberen we pijn te voorkomen, door al op voorhand pijnstillers toe te dienen. Dit kan via de katheter maar ook via lokale verdoving. Soms wordt de lokale verdoving met een ruggenprik toegediend zodat de hele achterkant van het dier gevoelloos wordt. De verdoving kan ook onder de huid of in en rond een gewricht worden geïnjecteerd. Door een goede pijnstilling toe te dienen, kan de dosis van de anesthesie middelen drastisch worden teruggeschroefd, wat de veiligheid weer ten goede komt.

Tijdens de anesthesie wordt bij alle dieren de lichaamsfuncties nauwlettend in het oog gehouden via monitors. Deze monitors zijn toestellen die verschillende metingen uitvoeren, waardoor het dier veilig kan worden opgevolgd tijdens het volledige verloop van de anesthesie. Zo worden de volgende functies gemeten:

  • Hartslag
  • EKG
  • Bloeddruk
  • Ademfrequentie
  • In- en uitgeademde gassen (CO2, zuurstof, anesthesiegas)
  • Temperatuur
  • Zuurstofgehalte in het bloed

Wanneer er zich een abnormaliteit zou voordoen in één van deze metingen, geeft de monitor een signaal.

Omdat dieren vlug afkoelen tijdens de anesthesie, worden zij steeds op een warmtematje, waardoor warm water circuleert, gelegd. Zeer kleine dieren krijgen warmwaterzakjes rond het lichaam.

Er wordt tevens steeds een infuus aangelegd. Dit houdt de bloeddruk op peil en compenseert voor het verlies van vocht tijdens de ingreep.

Na het ontwaken van het dier wordt meestal nog een pijnstiller toegediend en gaat dan naar het hok. Hier worden de dieren nauwlettend opgevolgd.

Wanneer er iets zou mislopen tijdens de anesthesie, dan wordt dit onmiddellijk opgemerkt en gemeld. Het is meestal niet de anesthesie zelf die het laat afweten, maar veeleer de toestand van het dier: ernstig zieke of verwonde dieren, die noodzakelijkerwijs toch in slaap moeten worden gebracht, vormen een risicogroep. Zeer oude of zeer jonge dieren zijn niet noodzakelijk een risicogroep: leeftijd is geen ziekte.

De kans dat we een dier verliezen door de anesthesie is bijzonder klein: ongerustheid is daarom overbodig.

Wie heeft zich in dit vakgebied verdiept?

Geert Verhoeven
Europees specialist
Ruth Fortrie
Europees specialist
Debora Calis
Dierenarts
Olaf Tas
Dierenarts
Cindy van Geffen
Europees specialist
Elke Schreurs
Europees specialist
Jaro Bettens
Dierenarts
Stephane Albers
Dierenarts

Welke patiënten werden binnen dit vakgebied verzorgd?