Chirurgie

Heelkundige ingrepen

In onze dierenkliniek streven we een hoog niveau van chirurgie na. Alvorens over te gaan tot een operatie bij een dier wordt het dier steeds grondig onderzocht. De hart- en longfunctie behoren tot het routine onderzoek terwijl af en toe een radiografie van de borst of de buik noodzakelijk kan zijn. Soms dient een bloed- of urine onderzoek te worden uitgevoerd.

Op deze manier kunnen problemen tijdens de anesthesie of tijdens het ontwaken worden voorkomen.

Anesthesie

Om een operatie vlot te laten verlopen moet de verdoving op punt staan. De hoeveelheid slaapmiddel dat moet worden toegediend is uniek voor elk dier. Daarom moet de diepte van de anesthesie tijdens de operatie meestal worden bijgestuurd met gespecialiseerde apparatuur. We beschikken over 4 anesthesietoestellen die het dier voorzien van zuurstof, lachgas en een slaapmiddel. De diepte van de slaap wordt tevens gemeten door speciale bewakingstoestellen die de hart-, long- en doorbloedingsfunctie weergeven. Bij problemen tijdens de anesthesie kan daarom vlug worden ingegrepen en kunnen de nodige aanpassingen worden uitgevoerd. 

Slaap tijdens de operatie is niet genoeg: een pijnprikkel wordt in het onderbewustzijn nog steeds gevoeld waardoor de anesthesie onregelmatig verloopt, de operatie langer duurt en het dier achteraf meer pijn ervaart dan nodig is. 

Pijnbestrijding is voor ons erg belangrijk, zowel voor, tijdens als na de operatie worden de nodige (soms zeer krachtige) pijnstillende middelen toegediend. Op die manier zal het dier ook vlugger genezen zijn. Soms is het ook nodig om het dier te laten overnachten zodat de patiënt de nacht na de operatie pijnloos kan doorbrengen.

Voor meer informatie over de verdoving, verwijzen we u graag door naar ons geïllustreerd artikel omtrent anesthesie.

Gespecialiseerde chirurgie

Naast alle routine operaties worden er zeer gespecialiseerde operaties uitgevoerd zoals thoraxchirurgie, orthopedie en neurochirurgie. Vooralleer over te gaan tot speciale chirurgie worden alle factoren die belangrijk zijn grondig besproken met de eigenaar en met de verschillende artsen die instaan voor de operatie en de verzorging. Ook kijkoperaties (arthroscopie) kunnen worden uitgevoerd. Tot slot hebben we ook ruime ervaring met plastische en reconstructieve chirurgie.

Plastische en reconstructieve chirurgie

Om alle misverstanden uit de wereld te helpen: plastische en reconstructieve chirurgie bij onze huisdieren mag niet verward worden met esthetische chirurgie, waarbij het uiterlijk van het dier wordt veranderd om te voldoen aan een ‘ideaal’ beeld. Wat wij bedoelen is dat de chirurgie wordt gebruikt voor het herstellen van bepaalde funkties van een (ziek) dier waarbij de huid een onderdeel vormt.

Soms worden wij geconfronteerd met zulke grote wonden, dat deze niet meer op een klassieke manier gesloten kunnen worden, zonder bijvoorbeeld verlies van funktie of ernstige complicaties. Dankzij de ontwikkeling van specifieke technieken, zijn wij in staat om deze wonden te sluiten (of om tumoren met voldoende marges te verwijderen) zodat het dier, na herstel, terug normaal kan functioneren met een acceptabel (of vaak zelfs een cosmetisch) resultaat.

Aangezien er aan reconstructieve chirurgie wel een prijskaartje hangt, zal er altijd eerst worden nagegaan of een wegname van een tumor, of het sluiten van een wonde op een chirurgisch simpelere manier kan. Ook is de opvolging en verzorging na deze operaties intensiever, waarbij er een intensiever contact zal zijn tussen patiënt, eigenaar, chirurg en doorverwijzende dierenarts.

Onderstaande cases bevatten explicete beelden

Mechelaar ‘Zohra’ was aangereden en meegesleept door een vrachtwagen waarbij een deel van haar achterpoot ‘weggeschuurd’ was. Nadat de wonde eerst een week intensief behandeld werd, was hij uiteindelijk klaar voor transplantatie:

Er werd een stuk huid van haar buik genomen en deze werd getransplanteerd op haar poot:

De poot na twee weken:

Beagle ‘Snoop’ was aangevallen door 2 andere honden en had meerdere ernstige bijtwonden opgelopen over zijn gehele lichaam en hoofd. De eerste week werd hij intensief verzorgd. Zijn rechteroor stierf af en werd verwijderd. Er bleef echter nog een grote wonde aan de zijkant van zijn hoofd bestaan:

Deze werd met een huidflap gesloten:

Na één dag stierf echter een klein stukje van de huidflap af. Dit stukje is later verwijderd en de wonde genas verder zonder complicaties.

Beauceron ‘Coimbra’ had een mastceltumor (graad 2) op haar rechterknie zitten. Deze tumor is een kwaadaardige tumor die met 2 cm marges moet verwijderd worden. Op de foto (de binnenste cirkel lijnt de tumor af) zie je dat de tumor zo groot is, dat na wegname van de tumor én de marges, de wonde niet normaal gesloten kan worden.

De chirurg moest een stuk van de buikhuid transplanteren naar de knie, zoals te zien is op de 2e foto – let op de tepels die nu ook op de knie zitten! Als een teef niet gesteriliseerd is, wordt dat altijd gelijktijdig gedaan om melkproductie op die plaats te voorkomen.

Op de laatste foto zie je het uiteindelijke resultaat.

Katje ‘Noemie’ was een aantal dagen verloren geweest en toen ze thuis kwam had ze een grote, vervuilde wonde in haar lies. Na een week intensieve wondbehandeling, was haar wonde gezond genoeg voor de volgende stap. De wonde was echter te groot om gewoon gesloten te kunnen worden en er werd een huidflap getransplanteerd vanuit de buik naar haar lies. Op de foto zie je Noemie net voor haar operatie, waarbij de wonde zichtbaar is over de gehele breedte van de binnenzijde van haar lies.

De nieuwe huidflap op haar lies.

Op de laatste foto zie je het resultaat na drie weken.

Labrador ‘Trixie’ had een zeer grote tumor aan haar linkerkant op haar borstkas. Het was een hemangiosarcoma, uitgaande van de ribben. Dit is een zeer kwaadaardige tumor van de bloedvaten, die zeer aggressief groeit en snel uitzaait. Om deze tumor succesvol te kunnen verwijderen, moet de volledige dikte van de borstkas, dus inclusief de ribben worden weggenomen. Er moeten 3 cm marges genomen worden en ook moet er voor en achter het gezwel een ‘gezonde’ rib worden verwijderd. Op de foto zie je Trixie net voor het begin van de operatie.

Op CT-beeld kan je zien hoe groot en destructief zo’n tumor is (pijl). Uiteraard blijft er na wegname van zoveel weefsel een enorm gat achter in de borstkas en liggen de organen (in dit geval longen, hart, middenrif en lever) bloot. Bij Trixie is er een kunstmatig net geplaatst in de wonde die versterkt werd met het buikvlies, een spier van de schouder en de huid om de borstkas te kunnen reconstrueren. Bij Trixie is geen huidreconstructie nodig geweest en kon de wonde gewoon gesloten worden.

Trixie is 2 dagen na de operatie naar huis kunnen gaan.

Steriliteit

De te opereren plaats wordt steeds zeer ruim geschoren en grondig ontsmet en afgedekt met steriele doeken. Ook aan het chirurgisch materiaal worden strenge steriliteitsnormen gekoppeld.

Ophalen

Als u uw dier komt ophalen na een operatie, is het meestal al vrij goed wakker. Toch zal hij of zij de dag zelf rustiger zijn dan normaal. Drinken mag als uw hond of kat al goed wakker is. Voeding hoeft u niet meteen te geven want het zou kunnen dat uw dier dan moet overgeven.

Sterilisatie bij honden

Wetenschappelijk onderzoek heeft overduidelijk aangetoond dat de ingreep best vóór de eerste loopsheid wordt uitgevoerd, dus rond de leeftijd van 5 tot 6 maanden. De hoofdreden voor deze redenering is te vinden in het voorkomen van melkklierkanker. De kans op het ontwikkelen van tumoren bij niet-gesteriliseerde teven is 25%. Indien de hond vóór de eerste loopsheid wordt gesteriliseerd, dan komen melkkliertumoren slechts bij 0,08% van de honden voor, dus verwaarloosbaar klein. Indien men wacht tot na de eerste loopsheid, dan treden melkkliertumoren reeds bij 8% van de honden op. Sommige leken beweren dat de hond eerst moet zwanger geweest zijn: niets is minder waar! Bij één op vier van deze honden treden later melkkliertumoren op. Het enige goede antwoord is dus: zeer vroeg steriliseren.

Wetenschappelijk onderzoek heeft overduidelijk aangetoond dat de ingreep best vóór de eerste loopsheid wordt uitgevoerd, dus rond de leeftijd van 5 tot 6 maanden. De hoofdreden voor deze redenering is te vinden in het voorkomen van melkklierkanker. De kans op het ontwikkelen van tumoren bij niet-gesteriliseerde teven is 25%. Indien de hond vóór de eerste loopsheid wordt gesteriliseerd, dan komen melkkliertumoren slechts bij 0,08% van de honden voor, dus verwaarloosbaar klein. Indien men wacht tot na de eerste loopsheid, dan treden melkkliertumoren reeds bij 8% van de honden op. Sommige leken beweren dat de hond eerst moet zwanger geweest zijn: niets is minder waar! Bij één op vier van deze honden treden later melkkliertumoren op. Het enige goede antwoord is dus: zeer vroeg steriliseren.

Het is aan te raden om de operatie even uit te stellen tot 100 dagen na de loopsheid. Dan zijn de eierstokken in rustfase. Sterilisatie op een vroeger tijdstip kan natuurlijk ook, maar dan bestaat de kans op (eenmalige) melkproductie na de ingreep.

  • Uw hond kan niet meer loops worden.
  • Uw hond laat zich niet meer dekken.
  • Uw hond is niet meer interessant voor reuen
  • Uw hond kan niet meer zwanger worden
  • Uw hond wordt niet meer schijnzwanger
  • Uw hond kan geen melkkliertumoren meer ontwikkelen (operatie voor eerste loopsheid)
  • Uw hond kan geen baarmoederontsteking meer krijgen
  • Uw hond loopt veel minder kans op suikerziekte

Sterilisatie blijft nog steeds een buikoperatie. Daarom is er een zekere kostprijs verbonden aan deze ingreep.

Blijkbaar verdragen dieren een buikoperatie beter dan mensen, of laten ze minder merken dat ze pijn hebben. De meeste dieren zijn enkele uren na de ingreep al opvallend actief.

Sommige dieren kunnen maanden tot jaren na de ingreep wat urineverlies vertonen. Deze incontinentie kan in veel gevallen met medicatie onder controle worden gebracht.

Wie heeft zich in dit vakgebied verdiept?

Geert Verhoeven
Europees specialist
Ruth Fortrie
Europees specialist

Welke patiënten werden binnen dit vakgebied verzorgd?