Algemene Dierenkliniek Randstad

Uit te voeren onderzoeken

Deze fase noemen wij het ‘stageren’: hierbij bepalen wij niet alleen de omvang en lokalisatie van de tumor, maar zoeken wij ook naar uitzaaiingen (metastasen) in lymfeklieren, longen en andere inwendige organen en naar para-neoplastische syndromen (dit zijn bijkomende lichamelijke klachten die veroorzaakt worden door de tumor, bijv. een te hoog calciumgehalte in het bloed of bloedarmoede). Bovendien kijken we of uw dier geen andere ziektes heeft (zoals diabetes, hart- en nierfalen, AIDS enz.), die soms ernstiger of meer levensbedreigend zijn dan de tumor zelf.

Pas als alle gegevens verzameld zijn, kunnen de beste behandelingsmogelijkheden gegeven worden die het best passen bij uw dier en zijn ziekte.

Vooral deze fase kost veel tijd (en soms ook geld): dit wordt gedaan om teleurstelling achteraf door te haastig te werk gaan te vermijden. Vergelijk dit met geblinddoekt op een autosnelweg rijden: daar komen ongelukken van...
Belangrijk is te beseffen dat ondanks de meest moderne onderzoekstechnieken, het niet altijd mogelijk is om zeer kleine uitzaaiingen op te sporen. Hierdoor kan de ziekte van uw dier dat aanvankelijk gunstig leek, plots een ongunstige wending nemen.

De mogelijke onderzoeken die voorgesteld kunnen worden zijn:

Hoe uitgebreid deze onderzoeken zijn, wordt bepaald door (het biologische gedrag van) de tumor, bijvoorbeeld:

  • Mastceltumoren: punctie / biopsie tumor, punctie regionale lymfeklieren, echografie (en evt punctie) lever en milt.
  • Plaveiselcarcinoom neusspiegel kat: deze tumor is heel kwaadaardig maar uitzaaiingen zijn zeldzaam of komen pas veel later voor: punctie lymfeklieren en radiografie longen (deze zullen zelden dus metastasen aantonen).
  • Osteosarcoom: punctie regionale lymfeklieren, radiografie longen en andere beenderen (kan ook gebeuren door scinitgrafie) en bloed.
  • Maligne lymfoma: biopt lymfeklieren, echografie (en evt punctie) lever, milt, radiografie longen, beenmergpunctie en bloed.

Klinisch onderzoek

Dit is meestal het eerste contact tussen u, uw dier en de dierenarts. Er zullen dan allerlei vragen aan u gesteld worden om ons een idee te geven over de tumor en de algemene gezondheidstoestand van uw dier, bijvoorbeeld: hoe is de eetlust, drinkt en plast hij meer dan vroeger, braakt hij, heeft hij diarree, denkt u dat hij pijn heeft, mankt hij, heeft hij een opgezette buik, hoe is zijn ademhaling, hoest hij, hoe is zijn uithoudingsvermogen, is er sprake van niezen, heeft u bloedverlies opgemerkt, is hij wel eens flauwgevallen, hoe lang zit het gezwel er al, groeit het snel, is uw dier gesteriliseerd / gecastreerd, heeft zij ooit de prikpil gekregen? etcetera.

Daarna wordt uw dier volledig onderzocht: kleur van de slijmvliezen, ogen, grootte van de lymfeklieren, het hart wordt beluisterd (hartauscultatie), de longen worden beluisterd (longauscultatie), de buik wordt afgestast (buikpalpatie) en de tumor wordt geëvalueerd en opgemeten (grootte, stevigheid, beweeglijkheid, vastzittendheid)

Dit onderzoek wordt systematisch gedaan om elke abnormaliteit, al dan niet gerelateerd aan de tumor, in het lichaam te ontdekken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met minimaal ongemak voor uw dier

Algemeen klinisch onderzoek

Echografie

Bij dit onderzoek wordt met een toestel gewerkt, dat geluidsgolven uitzendt. De geluidsgolven worden via een sonde uitgezonden en de golven weerkaatsen op de verschillende oppervlakken van de inwendige organen. De mate van terugkaatsing wordt geregistreerd in het toestel en omgezet in een zwart-wit beeld. De meeste mensen kennen het echografie toestel vanuit de gynaecologie: hiermee worden de embryo’s van zwangere vrouwen nagekeken.

Bij het stageren gebruiken wij de echo vooral om in de buik te kijken:

  • Is er vocht / bloed / etter aanwezig in de buik?
  • Zijn de lever en milt vergroot?
  • Zijn er uitzaaiingen in de lever/milt/lymfeklieren zichtbaar?
  • In geval van een tumor in de buik: is de oorsprong te achterhalen en hoe groot is het?

Echografie wordt soms ook op het hart gebruikt om de hartfunctie te beoordelen. Dit kan noodzakelijk zijn als er tijdens het algemeen klinisch onderzoek een bijgeruis of aritmie gehoord werd, of als er met bepaalde chemotherapeutica gewerkt gaat worden.
Meestal kan dit onderzoek zonder verdoving plaats vinden. Soms kan het echter nodig zijn om een dier lichtjes te sederen.

Endoscopie

Een endoscoop is een toestel dat bestaat uit een lange, dunne flexibele slang met aan de binnenzijde glasvezelkabels: via deze kabels kan een videobeeld zichtbaar gemaakt worden op een beeldscherm. Voor onderzoeken in bijv. de neus, blaas, oor wordt gebruik gemaakt van een rigide (stijve, niet flexibele, rechte) endoscoop.

Dit onderzoek wordt gebruikt om via lichaamsopeningen te gaan kijken binnenin en om eventueel via deze weg biopten te nemen. Het dier wordt hiervoor echter wel onder volledige verdoving gebracht.

Ook kan endoscopie voor zowel diagnostische als chirurgische doeleinden gebruikt worden in de buik- en borstholte (laparascopie, thoracoscopie).

Radiografie

Hierbij worden röntgenstralen door uw dier gebracht en deze worden digitaal op een gevoelige film vastgelegd. Dit levert een foto op in zwart-wit en grijze tinten.

Röntgenfoto’s worden genomen van o.a. de longen (meestal in drie richtingen om te zoeken naar metastasen), van bot (bijv. een bottumor, of een uitzaaiing in het bot), de schedel en neus en van de buik.

Röntgenfoto van een hond met longmetastasen
De foto toont een röntgeopname van een hond met longmetastasen die 5 jaar voordien werd behandeld voor een osteosarcoma van de voorpoot dmv pootamputatie en chemotherapie.

Bloedonderzoek

Een eerste bloedonderzoek wordt gedaan om de funktie van het beenmerg te beoordelen, er wordt gekeken naar het calciumgehalte (veel kwaadaardige tumoren zorgen ervoor dat kalk aan het bot wordt onttrokken en een te hoog gehalte aan calcium in het bloed kan zorgen voor krampen in spieren, hartritmestoornissen en schade aan de nieren), er wordt gekeken naar de lever- en nierfunktie. Bij katten worden ook de retrovirussen (FIV en FeLV) uitgesloten.

Bovendien wordt een bloedonderzoek vóór elke chemo herhaald om de funktie van het beenmerg te controleren.
Soms zijn meer speciefieke testen nodig.

Bloedname bij een hond

Beenmergpunctie

Hierbij wordt een grote, dikke naald tot in het bot gebracht en wordt een deel van het merg eruitgezogen: dit wordt op een glaasjes aangebracht en opgestuurd naar een labo.

De beoordeling van het beenmerg is belangrijk om het stadium van de ziekte te bepalen (veel tumoren zaaien in een eindfase uit naar het beenmerg). Ook kan een beenmergpunctie essentieel zijn om bepaalde beenmergtumoren (vroegtijdig) te diagnosticeren (bijv. multipel myeloom, leukemie).

Beenmergbiopt

CT- of MRI-scan

Bij een CT-scan worden dmv computertechnologie en röntgenstralen dwarsdoorsneden gemaakt van het lichaam: zo kan gekeken worden hoe uitgebreid een tumor is en of het in de omliggende weefsels groeit (bijvoorbeeld een fibrosarcoom bij de kat). Deze techniek is zeer geschikt voor het analyseren van beenderige strukturen en weke delen. Bovendien is deze techniek noodzakelijk om bepaalde tumoren zichtbaar te maken, bijv. hersentumoren en voor tumoren op moeilijk te bereiken plaatsen (bijv. in longen of bekkenholte).

Bij Magnetic resonance imaging (MRI) worden radiogolven en een sterk magnetisch veld gebruikt ipv röntgenstralen. Deze techniek is meer geschikt voor tumoren in weke delen en hersenen.

MRI van een hond met een tumor van de gehoorgang MRI van een hond met een tumor van de gehoorgang

Scinitigrafie

Bij dit onderzoek wordt een kleine hoeveelheid van een radio-actieve stof bij uw dier ingebracht. De radio-actieve stof is niet gevaarlijk. De gebruikte radioactiviviteit ligt in de orde van grootte van de klassieke radiologische onderzoeken, met dit verschil, dat door middel van één enkel onderzoek vaak het ganse lichaam zonder bijkomende stralingsbelasting in 20 tot 30 minuten kan onderzocht worden. De radioactieve stof in het lichaam zendt straling uit die met behulp van een speciale camera (scintillatie-camera of gamma-camera) gemeten kan worden.

Deze techniek is dus heel goed om metastasen op te sporen. Bovendien kan het gebruikt worden bij katten met een overactieve schildklier (zowel diagnostisch als therapeutisch).

Dit onderzoek gebeurt (na doorverwijzing) aan de Universiteit van Gent, dienst Medische Beeldvorming door dr. Eva Vandermeulen.

Hond na injectie met technetium<sup>99</sup> onder de gammacamera Het resultaat van een scintigrafie

Aspiratie, bioptie van een tumor

Een aspiratie of biopsie van een tumor wordt gedaan om het type tumor te bepalen. Deze fase noemen wij het ‘typeren’ van de tumor.

Er bestaan verschillende technieken:

  1. Dunne naald aspiratie biopt (DNAB): deze techniek wordt meestal het eerst gebruikt. Hierbij wordt een dun naaldje in de tumor (of lymfeklier, lever, milt, long...) aangebracht en worden er enkele cellen opgezogen. Deze cellen worden daarna op een glaasje aangebracht en rechtstreeks (na kleuring) onder een microscoop bekeken (dit wordt ‘cytologie’ genoemd): dit leidt niet altijd tot een exacte diagnose maar kan zeer waardevolle informatie opleveren.

    Deze techniek is (bijna) altijd zonder risico voor de patiënt en wordt door de patiënt niet als belastend ervaren. Bovendien is de kans op metastasering van de tumor door deze techniek verwaarloosbaar.

    Dunne naald aspiratie biopsie Cytologie van een mastceltumor graad 1 Cytologie van maligne lymfoma

  2. Afdrukpreparaat: als een tumor oppervlakkig ligt (bijv. in de mondholte) en/of geulcereerd is (‘hij ligt open’) kan een afdruk gemaakt worden op een glaasje en deze afdruk kan net als bij de voorgaande techniek onder de microscoop bekeken worden.

  3. Catheter-zuigbiopt: deze techniek wordt gebruikt voor het nemen van biopten van weefsels die zich bevinden op moeilijk te bereiken plaatsen, zoals de neusholte en de urethra (plasbuis): hierbij wordt een plastieken holle buis ingebracht met aan het uiteinde een uitsparing. Deze uitsparing wordt over de tumor aangebracht (eventueel onder echobegeleiding) en door zuigkracht van een injectiespuit wordt een stukje weefsel genomen (het zgn. histologisch biopt) dat naar het labo wordt gestuurd.

  4. Dikke naald biopt: hiervoor bestaan verschillende apparaten. In principe wordt hier een klein (buisvormig) stukje weefsel uit de tumor (of lymfeklier, lever, milt...) gehaald en dit wordt in zijn geheel opgestuurd naar het labo. Verschil met de DNAB is dat hier duidelijk de struktuur van de tumor kan worden nagezien. Histologisch onderzoek (uitgevoerd in een labo door een specialist, een zgn. patholoog) leidt normaliter altijd tot een diagnose.

    Dikke naald biopten

  5. Incisie biopt: hierbij wordt een deel van de tumor (meestal aan de rand) samen met een deel van het aanpalende, normale weefsel chirurgisch verwijderd.

  6. Excisie biopt: hierbij wordt de tumor in zijn geheel verwijderd en volledig opgestuurd.

    Excisie biopt (boven) en incisie biopt (onder)